Blijf op de hoogte

Registreer je op de Via PanAm nieuwsbrief

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en mis niets van ons avontuur.

Het gevecht tegen de onzichtbare vijand

Gepost in Dagboek op 17-03-2018 Reacties Sharing is caring
De felrode zon zakt traag achter de horizon. Een gouden gloed rust een poos op het ruwe landschap. Het weinige verkeer op deze uitloper van de Ruta 40 dooft stilaan uit. Links en rechts van ons enkel woestenij - kilometers ver gelig stug gras met af en toe een donkergroene dorre struik. Even verderop verdwijnt een kudde guanacos, een afstammeling van de lama, achter een heuvel. Hun gehinnik drijft mee op de vlagen wind waarin onze campers heen en weer wiegen. Hopelijk is het vannacht windstil en kunnen we slapen. Hopelijk moeten we morgen niet opnieuw 42 kilometer lang vechten tegen deze onzichtbare vijand.

Een marathonloper heeft veel vijanden. Met een aantal van hen hebben we onderweg afgerekend. De sneeuw en koude in Alaska, het stormweer in het noorden van de Verenigde Staten, een moordende hitte in Centraal-Amerika, de waanzinnige hoogte in Bolivië, en nu de genadeloze wind in Patagonië. Keer op keer worden we op de proef gesteld alsof we een vrijgeleide richting Ushuaïa moeten verdienen. Het oorverdovend gebrul maakt je compleet gek en elke stap die je zet is een moeilijke. De wind is een onzichtbare hand die je steeds achteruit probeert te duwen. Telkens het windstil is ga je bijna op je bek omdat je te veel vooruit hangt en niet snel genoeg reageert op de verandering. Het is een strijd. De wind in Patagonië is met niets te vergelijken. Hij kent geen genade. Ook niet voor een eenzame marathonloper.

We draaien weg van de Andes en lopen richting het oosten van het land om van daaruit langsheen de kust onze laatste marathons richting Ushuaïa in te zetten. De route hobbelt door prairies waar geen einde aan komt. Stug gelig gras en donkergroene dorre struiken buigen in de wind die over het ruwe landschap raast. Enkel guanacos, emoes, schapen en af en toe een gordeldier gedijen in dit deel van Argentinië. We zijn aanbeland in de provincie Santa Cruz - de laatste provincie vooraleer we Vuurland binnen lopen. Diehards die zich hier vestigen betalen 0 euro belastingen en je merkt al snel waarom. De weinige dorpen liggen ver uit elkaar, het land valt niet te verbouwen en het waait er ontiegelijk hard. We zitten gevangen in een saaie ruwheid die bij momenten prachtig oplicht tijdens het gouden uur om snel weer uit te doven in iets wat niet meer is dan een oneindig eenzame prairie.

Het is bijna op

Ondertussen verlaten we de Ruta 40 en draaien we de Ruta 3, een belangrijke verkeersader die verschillende havensteden met elkaar verbindt, op. Vrachtwagens rijden tegen een rotvaart op en af de smalle snelweg. Reizigers op zware motoren hangen tegen de wind in richting het einde van de wereld. Auto’s gaan vol in de remmen als er weer eens een kudde guanacos beslist om van de ene kant naar de andere kant van de weg te trekken. En wij worden opnieuw verdrongen naar de berm. Het is koud. Een stevige wind blaast vanuit het zuiden op kop. Het weer onderaan het land is onvoorspelbaar. We vechten niet enkel met de wind, maar ook met regen- en hagelbuien die we af en toe over ons heen krijgen. De koude hakt in op ons stram lichaam. Spieren en gewrichten lijden onder de plotse temperatuurwisseling. In deze fase van onze tocht kan elke verandering fataal zijn. We passen ons niet langer snel aan aan nieuwe loopomstandigheden. Fysiek zijn we niet veel meer waard en mentaal moeten we diep graven om om de andere dag een marathon te lopen. Het is bijna op.

Met ingetrokken hoofd probeer ik me te beschermen tegen de koude. De lucht voor me trekt razendsnel dicht. In de verte gutst de regen al uit de hemel. Het ziet er onheilspellend uit en ik heb nog een heel eind te gaan. Het is een drukke ochtend. Er is veel vrachtverkeer op dit uur van de dag. Gelukkig geven de meeste vrachtwagenchauffeurs me ruimte als ze me passeren in tegenovergestelde richting. Zo word ik niet steeds de kant in geblazen eens ze me voorbij zijn. Af en toe flikkert een chauffeur met zijn lichten terwijl hij zijn claxon induwt. Enthousiast steken ze hun duim omhoog. Twee jaar geleden waren het de chauffeurs op de Dalton Highway in Alaska die een hart onder de riem staken en nu zijn het opnieuw de keizers van de weg die ons aanmoedigen nog even door te bijten. Onderweg zijn schept blijkbaar een band - zeker tussen de sterkste en de zwakste van de weg.

Immense tandwielen

Naarmate de kilometers afnemen, neemt de angst voor onze thuiskomst toe. Zoveel zaken die we twee jaar geleden achter ons lieten moeten we opnieuw oppikken. Waar gaan we wonen? Waarvan gaan we leven? Willen we überhaupt terug hetzelfde beroep uitoefenen of gaan we resoluut voor verandering? Het zijn vragen die door ons hoofd spoken en vaak tot moeilijke en geanimeerde gesprekken leiden. We dromen nog veel, ook al staat de realiteit nu echt wel voor de deur. Ons nomadenbestaan is stilaan voorbij. Maar wat hebben we er nu eigenlijk van geleerd? Zijn we sterk genoeg om de stok in onze eigen wielen te zijn als we thuis dreigen te ontsporen? Opnieuw zie ik Charlie Chaplin gevangen tussen de immense tandwielen van een onstopbare machine voor me. Toen al worstelden velen met het verschroeiende tempo van onze maatschappij. Toen al verlangden velen naar een simpel, overzichtelijk en eerlijk leven in een dolgedraaide wereld. Misschien wordt dat binnenkort ons nieuw avontuur? Onze nieuwe uitdaging.

Reis even met ons mee:




Het goede doel To Walk Again
0
1
9
0
3
0
Ik wil steunen
Let's connect Via PanAm Facebook Via PanAm Instagram Via PanAm Youtube Via PanAm Strava
We zitten momenteel in:
Ushuaia, AR (0 KM)