Blijf op de hoogte

Registreer je op de Via PanAm nieuwsbrief

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en mis niets van ons avontuur.
Het is niet de fitste die overleeft

Het is niet de fitste die overleeft

Gepost in Dagboek op 30-10-2017 Reacties Sharing is caring
We murwen ons een laatste keer door het drukke verkeer van Lima. Vrachtwagens, bussen en tuk-tuk’s zwermen nerveus rondom ons. Links. Rechts. Op zoek naar een opening om tegen een rotvaart ons de pas af te snijden. Hier geldt enkel de wet van de sterkste en iedereen blijft er gelukkig ijzig kalm onder. Een hand op de claxon en een eigen weg banen. Twee baanvakken worden er drie. De pechstrook is dat strookje om nog snel langs rechts een rij auto’s in te halen. Het is het meest gekke verkeer tot hiertoe en wij draaien mee in het hele circus. We zijn al even van lotje getikt als de gemiddelde Peruviaan en zijn in elkaar geblutst voertuig.
Next photo
Previous photo

Onze tussenstop in Lima zullen we niet snel vergeten. Een nieuwe koppeling voor de ene camper, een gebarsten radiator in de andere en mijn leeglopende maag houden ons langer dan verwacht in de Peruviaanse hoofdstad. We moeten aan ons loopschema sleutelen. Liesbeth, An en Weking dwalen door de straten van Barranco, het kunstenaarskwartier van Lima, terwijl ik in een jeugdherberg de parasiet in mijn maag in bedwang probeer te houden. De laatste dagen waren fysiek en mentaal uitputtend. Het gevolg: een sputterend lichaam - letterlijk en figuurlijk. Ons Spartaans leven eist af en toe zijn tol. We zijn fysiek en mentaal broos en dat durven we wel eens te vergeten.

Lima is groot, druk en vuil. Niet meteen een droombestemming. Barranco, de wijk waar we enkele dagen verblijven, daarentegen is een oase van rust. Het is veilig weggemoffeld tussen Miraflores en het drukke stadscentrum. Dit stadsdeeltje is de habitat van de Peruviaanse bohemien. Het creatieve bloed stroomt hier door de straten. Veel gringo’s vinden helaas, of misschien gelukkig, de weg niet naar het SoHo van Lima. Strategisch geplaatste toeristenvallen verhinderen hen van een prachtig stukje Lima. Ze herinneren zich de stad veelal als een vreselijke plek. Het is de plek waar hun reis door Peru start en eindigt. Kortom, een immense transitzone van waaruit luxueuze landschepen naar alle uithoeken van het land vertrekken.

Oeroude geogliefen

We moeten opnieuw doorjassen. Langs de kustlijn buigt onze looproute landinwaarts richting immense duinen. We lopen voorbij de geogliefen van Nazca, oeroude lijnen in de vorm van dieren en planten, om van daaruit door te stomen richting Arequipa. We bekijken de bloem, de enige Nazcalijn die je vanop een bouwvallige uitkijktoren vlak naast de Panamericana kunt bekijken. Boven ons hoofd halen vliegtuigjes tsjokvol toeristen helse toeren uit. De piloten draaien en keren om de aap, de astronaut, condor en andere figuren goed in beeld te krijgen terwijl de passagiers zenuwachtig met hun vinger drukkensklaar zitten om het perfecte beeld te schieten. Meestal hebben ze achteraf nauwelijks iets gezien door de lens van hun fototoestel en blijft enkel misselijkheid nazinderen.

Net buiten Nazca zet de wind stevig op. In enkele seconden tijd zien we amper nog een hand voor onze ogen - een immense zandstorm. We hebben vandaag nog geen meter gelopen. Geen keuze, we moeten er dwars doorheen. Dwars door het stof met een stevige wind op kop. Ik zet me schrap, buig voorover en probeer de juiste cadans te vinden. Het zand dat tegen mijn lichaam vliegt voelt aan als minuscule glaspartikels die zich in mijn huid boren. Ik word gezandstraald. Elke keer ik mijn mond open sper krijg ik een hap zand binnen. Het slijk druipt in sliertjes van mijn mondhoeken. Nu mag ik absoluut niet breken. Een eindje verder rekent Weking met dezelfde demonen af. Pachamama stelt ons op de proef. “Het zijn de naweeën van de winter”, weet een passant. “Dit jaar is het echt gek. Verderop buigt de weg af naar de kust en gaat de wind opnieuw liggen.”

24 urenloop

In Arequipa, de laatste grote stad vooraleer we Chili binnen bollen, hebben we onszelf enkele dagen rust beloofd. Liesbeth is dan jarig en dat willen we vieren met enkele dagen zonder marathons en een tussenstop in de Colca canyon en haar condors. Maar dan moeten we op korte tijd veel kilometers maken. Het ideale moment om ons nog eens te wagen aan een uitdaging, de Via PanAm 24. Het concept is simpel: gelijktijdig met de Run To Walk Again, een estafetteloop in België, lopen we solidair 24 uur lang marathons.

Vorig jaar hadden we tussen Oregon en Washington hetzelfde plan, maar toen werden we achteruit geblazen door regen en wind en moesten we na 155 kilometer onze onderneming staken. We waren toen té ambitieus. Met een gemiddelde van 14 kilometer per uur dachten we het een etmaal vol te houden. Helaas. Nu is het plan simpel: 24 uur lang tegen een maximum van 10 kilometer per uur. Of het nu wel lukt is koffiedik kijken. Ik ben zeker nog niet 100% fit na Lima en samen hebben we sinds 1 juni 2016 meer dan 16.000 kilometer in onze benen.

Het is 10 uur ’s avonds. De avond is al even gevallen. Het is stikdonker in de woestijn, niet te koud en er staat een zuchtje wind. De loopomstandigheden zijn ideaal. Het verkeer op de Panamericana dooft stilaan uit. Ik sta klaar voor het startschot van onze 24 urenloop - onwennig als op een eerste schooldag. Weking telt af en we zijn vertrokken. Ik loop twee uur lang in het licht van de volgwagen. Nadien neemt Weking het twee uur over en zo zouden we een eindje doorgaan. Het is doodstil op enkele vrachtwagens na. De chauffeurs wrijven de slaap uit hun ogen als ze ons voorbij zien sloffen. Ons gemiddelde ligt boven de 10 kilometer per uur. We zijn voor op schema en we voelen ons ontzettend goed. De kans is groot dat we het nu wel 24 uur volhouden. Na zes uur duikt Weking het blauwe uur in. De nacht absorbeert in de dag. We lopen nu vlak naast de oceaan. Een tiental meter onder ons beuken de golven in tegen de steile rotswanden. We zitten gekneld tussen het water en een muur van rotsachtige duinen. De weg slingert eindeloos door en verdwijnt aan de horizon in een speldenknop - een wormgat dat je naar een nieuwe wereld flitst.

Na zestien uur lopen besluiten we om sneller te wisselen. Een uur lopen, een uur rusten. Zo houden we het tempo hoog en is de slijtageslag minder groot. We zijn een geoliede machine die blijft doordenderen. Minuten tikken voorbij. We zijn alle vier mentaal sterk genoeg om opnieuw het donker te trotseren. Nog enkele uren en we hebben de klok rond gelopen. Het verkeer dwingt ons op de rand van de weg. Er is geen vangrail tussen ons en de diepte rechts van ons. Een misstap en we vallen van de steile rotswand metersdiep de zee in. Maar we hebben geen tijd om hier al te veel bij stil te staan.

Een laatste keer hijs ik me uit de volgwagen. Ik heb nog een uur te gaan. Mijn lichaam kraakt bij elke stap die ik zet. Ik probeer het tempo hoog te houden. Zolang er vaart is, is er hoop. Het is de hartslag van een loper. Ik tel elke seconde op de chrono. Nog even volhouden tot aan de knipperlichtjes van de camper waar Weking op me wacht om aan zijn laatste uur te beginnen. Hij grijnst als ik hem highfive. Het is zo goed als binnen. Nog één enkel uurtje en we hebben 24 uur gelopen.

Nog een allerlaatste keer pompt hij zijn longen vol. Zijn benenspel ziet er nog steeds soepel uit in het schijnsel van de volgwagen. Hij kronkelt door het donker richting de eindmeet. Op de allerlaatste helling van de dag wachten we hem op. De buit is binnen. We kloppen af op 255 kilometer en daarmee ligt ons gemiddelde hoger dan 10 kilometer per uur. De endorfines razen nog minutenlang door onze aderen, maar ons afgepeigerd lichaam stijft onmiddellijk op. Hopelijk herstellen we in Arequipa van deze fysieke veldslag want er liggen nog heel wat kilometers op ons te wachten richting Ushuaia.

Opnieuw op eenzame hoogte

Het is druk aan de Chileense grens. Lange mensenrijen schuiven aan om vanuit Peru in te reizen. Het is de eerste keer dat we aan eendezelfde grens een land in en uit kunnen reizen. We blijven hooguit een week in Chili. Net voor Arica draaien we onmiddellijk van de kust weg richting de Andes. Op enkele dagen stijgen we naar 4.500 meter en hoger. De woestijn schuift als een theaterdecor open, het hooggebergte wordt opnieuw onze bühne. We lopen al snel boven 3.000 meter en gaan op zoek naar de 4.000 metergrens. F. Hendrickx & Zonen en Klaas Backer kreunen zich samen met ons een weg omhoog richting de eeuwige sneeuw. De kleine Bolivianen achter het immense stuur van hun Europese trucks lachen hun tanden bloot en salueren als ze ons voorbijsteken.

De lucht wordt ijler, zuurstofopname moeilijker. Op 4.700 meter loopt Weking Bolivië binnen, waarschijnlijk het meest ruwe en onontgonnen Zuid-Amerikaanse land. Vulkanen vormen als statige wachters een natuurlijke grens tussen Chili en Bolivië. Het verschil tussen de twee landen is groot. Buiten enkele geasfalteerde levensaders wordt Bolivië aan elkaar gebreid door een netwerk van zandwegen tussen kleine dorpjes. Net voorbij de grens draaien we de wildernis in richting de zoutvlakte van Uyuni. Twee weken lang worden lama’s, alpaca’s en vicuña’s onze reisgezellen en wordt het menselijk leven gereduceerd tot enkele eenzame herders en smokkelaars op zoek naar een vrijgeleide richting Chili.

Na een lange tijd op asfalt moet ons lichaam wennen aan de nieuwe loopomstandigheden. De Boliviaanse hoogvlakte is droog, warm en woest. In de verte zien we windhozen over het landschap tollen. Gelukkig doven ze uit vooraleer ze tot bij ons geraken. We zigzaggen over de zandwegen op zoek naar het beste spoor. Stofwolkjes stuiven op bij elke voetstap. Het wordt tandenbijten richting Argentinië. Hier overleeft niet de fitste, maar wel diegene die zich het beste kan aanpassen aan verandering. Het is een kunst die we onderweg meer en meer onder de knie krijgen.




Het goede doel To Walk Again
0
1
2
2
2
4
Ik wil steunen
Let's connect Via PanAm Facebook Via PanAm Instagram Via PanAm Youtube Via PanAm Strava
We zitten momenteel in:
Chos Malal, AR (468 marathons)