Blijf op de hoogte

Registreer je op de Via PanAm nieuwsbrief

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en mis niets van ons avontuur.
In het gat van de wereld

In het gat van de wereld

Gepost in Dagboek op 11-02-2018 Reacties Sharing is caring
Met een verrekijker speur ik de horizon af. In de verste verte geen teken van leven. Enkel dorre struiken en stug gras omzoomd door stevige heuvelruggen en onze zanderige looproute die er dwars door snijdt. Ik houd mijn smartphone in de lucht. Geen signaal. Een zucht van opluchting volgt. Vandaag geen Instagram, Facebook of WhatsApp. Ik plof in mijn vouwstoel, luister naar het gekibbel van Weking, Liesbeth en An tijdens een spelletje Rummikub en kijk naar de zon die door de horizon wordt opgeslorpt. Wat is het leven toch zalig in el culo del mundo - het gat van de wereld.
Next photo
Previous photo

Familie op bezoek in het noorden van Argentinië. Kerst in Mendoza. Opnieuw bezoek verder zuidwaarts. Oud op nieuw in San Rafael bij Leo en Naty - vrienden van Weking en Liesbeth. De laatste maanden van 2017 vlogen in sneltreintempo voorbij. Ik noteer 2 januari 2018. De eerste loop van het jaar start op de plek waar we vorig jaar eindigden. Hier pikken we de draad terug op. Vanaf de startplek kijken we uit over de Rio Diamante. Ietwat verderop wordt de rivier een gigantisch stuwmeer. Enkele vissers werpen zonder omkijken hun haak de diepte in terwijl Weking en Zander, een neef van An op bezoek met zijn vriendin Karolien, over de dam joggen richting de tunnel die zich dwars door de rotsen boort. Het lichtpuntje aan het einde schiet ons naar een nieuwe wereld. Onze laatste drie loopmaanden richting het einde van de wereld zijn nu officieel ingegaan.

Richting Patagonië wordt het leven dunner. Dorpen en steden liggen ver uit elkaar. De weg die ze met elkaar verbindt is soms meedogenloze ripio, een zandweg met keien, wasbordjes en diepe door zwaar verkeer uitgeholde sporen. We lopen op een haar van Chili met de Andes als natuurlijke grens. “We moeten voortmaken”, maant Weking ons aan terwijl hij aan zijn laatste 10 kilometer van de dag begint. “Het onweer in de verte komt onze richting uit.” Hij wijst naar gitzwarte wolken niet ver van ons vandaan. Af en toe schiet er een bliksem uit die de donkere lucht in tweeën splijt. Het gedonder komt snel dichterbij. Het weer in Patagonië is onvoorspelbaar. ’s Morgens staat er een stralende zon aan een heldere hemel, ’s namiddags trekt alles razendsnel dicht en zit je gevangen in een stevige storm. “Net na Malarguë hebben ze gisteren de weg afgesloten. Te gevaarlijk”, vertelt een Argentijn onderweg naar het zuiden. “De 40 is op sommige plekken helemaal weggespoeld. Verschillende wagens zijn van de weg gesukkeld.” Enkele dagen geleden liepen we nog onder een stralende zomerzon Malarguë binnen met de broertjes Becerra, Argentijnse loopkampioenen uit de regio, en amper een marathonafstand verder krijg je op een dag vier seizoenen voorgeschoteld. “Onthou goed dat het weer hier vliegensvlug verandert” en hij vertrekt met zijn zwaarbeladen auto. “Suerte” klinkt het nog vaag terwijl hij gas geeft.

Zeven meren en mochileros in bosjes

De zomervakantie in Argentinië bereikt haar piekperiode. Het is druk op Ruta de los Siete Lagos oftewel de Route van de Zeven Meren. Dit deel van de Ruta 40 is adembenemend mooi. De weg zwalpt op en neer door eindeloze naaldbossen en langsheen azuurblauwe meren. Naaldbomen kruipen tot tegen de besneeuwde bergtoppen aan. Het is alsof we dwars door Zwitserland lopen, maar dan indrukwekkender, groter en minder bewoond. Langs de kant van de weg proberen mochileros, rugzaktoeristen, een lift richting Bariloche te scoren. In bosjes staan ze langs de kant met hun duim in de lucht hopend op een brave ziel die stopt en hen meeneemt al is het maar voor enkele kilometers. In Argentinië is liften een nationale sport en een spotgoedkope manier van reizen. De mochileros, een nieuwe generatie hippies, maken er handig gebruik van. Ze hebben doorgaans geen rotte bal en verdienen hun geld met het verkopen van zelfgemaakte juwelen, als straatmuzikant of circusartiest en ondertussen reizen ze het ganse land af. Ze maken deel uit van de Argentijnse couleur locale met hun typische look.

Gevangen op een witte lijn

De Ruta 40 tussen Bariloche en Esquel is een slokdarm die door nauwe canyons rolt en af en toe uitmondt in brede valleien. Elke dag verteren we moedig onze kilometers. Soms op wolkjes. Soms met lood in de benen. Minder dan 2.000 kilometer scheiden ons van ons einddoel. Ik zit gevangen op een witte lijn - de grens tussen een fel afhellende berm waarop ik nauwelijks kan lopen en de rijbaan waarop auto’s en vrachtwagens in reeksjes van 5 à 10 in tegenovergestelde richting op me afstormen.

In de verte dansen twee gelige koplampen over de hobbelige weg. Ze komen in sneltempo mijn richting uit. De auto waartoe ze behoren steekt de auto voor hem voorbij. Daarna een tweede. Met het gaspedaal volledig ingedrukt gaat hij voor een derde. Maar op enkele honderden meters voor mij voegt hij opnieuw in. Ik voel de bui al hangen. In een flits scheert een grijze SUV op enkele centimeters van achter mijn rug voorbij. Ik schrik me rot, beland in de berm links van me en mistrap me. “Godverdomme, klojo”, brul ik terwijl de SUV achter een bocht uit het zicht verdwijnt. Ons lichaam heeft niet langer de reserves om zulke manoeuvres op te vangen. Elke misstap wordt afgestraft met een schok die van kop tot teen door ons lichaam giert.

De laatste tijd moeten we opnieuw op onze hoede zijn voor het verkeer. In Argentinië is het nog gekker dan pakweg Mexico, Centraal-Amerika en Peru. Als gestoorde rally-piloten racen Argentijnen over de weg, driften ze door scherpe bochten en voelen ze zich niet te benauwd om blindweg in te halen zonder te weten wat er vanuit de tegenovergestelde richting op hen komt afgestormd. Ze geven ons nauwelijks ruimte om te lopen, ook al kunnen ze gemakkelijk enkele centimeters opzij vooraleer ze ons passeren. Wild gesticulerend verwensen ze ons meestal naar de berm en zetten die mening nog wat kracht bij door ellendig lang getoeter. Een kleine gezinswagen bengelt aan het einde van de zoveelste reeks auto’s. De inzittenden waaien uitbundig terwijl ze me voorbij rijden. Die momenten geven ons weer een beetje zuurstof om de volgende storm te overleven.

Mompelende Mapuche-strijders

Een man in ontbloot bovenlijf met zijn hoofd volledig in een zwarte tulband gewikkeld kijkt al minutenlang onze richting uit. Enkel zijn ogen zijn zichtbaar. Vanuit onze camper zien we hoe hij vanop afstand blijft staren zonder een spier te vertrekken. Hier klopt iets niet. Wil hij ons overvallen? Is hij alleen of houden zijn makkers zich in de bosjes schuil om dadelijk allemaal samen toe te slaan? Weking wandelt naar de man voor een praatje. “Niet dichter komen of ik slinger een steen tegen je kop”, roept de man terwijl hij zijn katapult toont. Op het lederen lapje tussen de twee elastieken en het handvat rust een joekel van een steen. “Che, tranquilo”, antwoordt Weking. “Wat is het probleem?” “Dit is Mapuche-territorium en eveneens oorlogsgebied. We zijn in oorlog met de politie en de Argentijnse overheid. Nu vechten we met stenen, maar vanavond met kogels als we opnieuw de confrontatie aangaan.”

Mapuche, vrij vertaald mensen van het land, leven vooral in het zuiden van Argentinië en Chili. Er zijn ongeveer nog 900.000 Mapuche indianen, al is dat niet zo zeker. Tijdens de Spaanse bezetting vermengde de Mapuche-gemeenschap zich sterk met de Spanjaarden en het is ondertussen moeilijk te bepalen wie nu volbloed Mapuche is en wie niet. Vandaag zijn de Mapuche opnieuw volop in het nieuws. Ze zijn in een agressieve strijd met de Argentijnse overheid verwikkeld. De basis van de rel ligt bij een immense lap grond in Patagonië die in het bezit is van het Italiaanse kledingmerk Benetton. De Mapuche bezetten een stuk van de Benetton-grond omdat het hen toebehoort en volgens hen onrechtmatig werd verkocht. De bezetting barstte al een paar keer uit in stevige confrontaties met de ordediensten. Onlangs verdween daarbij Santiago Maldonado, een mochilero uit Buenos Aires en Mapuche-sympathisant. De Mapuche beschuldigen de overheid van de verdwijning en vrezen dat hij door hen werd vermoord. De ordediensten weten van niets en beschuldigen op hun beurt de Mapuche. Het beeltenis van Maldonado is op elke straathoek te zien. Het houdt heel Argentinië in de ban. Waar is Maldonado? Wie heeft hem voor het laatst gezien? Is hij nog in leven? Ondertussen circuleren er allerlei wilde theorieën, maar is er nog steeds geen teken van leven van de man.

Weking probeert de man wat rede in te praten. Maar hij wil niet luisteren. Hij blijft voor zich uit staren. Hij geeft geen krimp. Rechts van hem komt een kameraad met witte tulband tevoorschijn en er zouden nog andere mede-strijders verderop in de bosjes zitten. “Wij willen hier enkel overnachten”, probeert Weking een laatste keer. “Kan je onze veiligheid garanderen?” De man is onwrikbaar en blijft agressieve antwoorden afvuren. Na een tijdje hebben ze genoeg van ons, draaien ze zich om en verdwijnen in de bosjes. “Kan je onze veiligheid garanderen”, roept Weking nog een laatste keer. Hij mompelt wat zonder omkijken. We kiezen het zekere voor het onzekere en vertrekken. Het is al donker. Hopelijk vinden we snel een plekje. In de verte brandt een flauw licht. In het schijnsel staat een klein wit gebouw, een politiekantoor. We vragen of we er mogen overnachten. “Hebben ze je weggejaagd”, vraagt de agent alsof hij een helderziende is. “We liggen al jaren in conflict met deze jongelui. Het is een pest. Enkele dagen geleden hebben ze in El Bolsón nog bankautomaten vernield en heel de stad met Mapuche-propaganda beklad.”

De confrontatie zindert nog een tijdje na. Het is lang geleden dat we ons onveilig hebben gevoeld. Dat we een situatie nauwelijks konden inschatten. Enkele weken geleden namen we nog twee Mapuche, broer en zus, mee naar Chili. Net voor San Martin de los Andes waren ze op zoek naar een lift richting de Chileense grens. Het tweetal was op weg naar een Mapuche-bijeenkomst. Ze vertelden ons over de bossen die door vulkaanuitbarstingen uitstierven terwijl we door het kerkhof van zilvergrijs hout reden. Ze praatten overtuigd over hoe ze hun laatste strengeltje Mapuche-DNA proberen te laten overleven. Over de Mapuche-scholen in Chili waar ze in hun eigen taal worden onderricht en hoe ze dit ook nastreven in Argentinië. Het Mapuche-vuur brand nog steeds in hen en is onblusbaar, zelfs niet door een bende relschoppers die de indianen in diskrediet brengen. In Entre Lagos aan de Chileense kant namen we afscheid met een stevige knuffel. Broer en zus verdwenen in de nacht terwijl wij op zoek gingen naar een slaapplaats. De volgende dag staken we de grens met Argentinië opnieuw over. Drie maanden werden opnieuw in ons paspoort gestempeld. We zitten officieel in het staartje.




Het goede doel To Walk Again
0
1
4
3
9
0
Ik wil steunen
Let's connect Via PanAm Facebook Via PanAm Instagram Via PanAm Youtube Via PanAm Strava
We zitten momenteel in:
Ushuaia, AR (0 KM)