Blijf op de hoogte

Registreer je op de Via PanAm nieuwsbrief

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en mis niets van ons avontuur.
Twee stervende zwanen in Olympic National Park

Twee stervende zwanen in Olympic National Park

Gepost in Dagboek op 29-09-2016 Reacties Sharing is caring
Na 4 maanden in de wildernis ging alles plots razendsnel. Interviews, meet-and-greets, diners en op enkele dagen staan we op Amerikaanse grond in Port Angeles. Alaska en Canada liggen nu voorgoed achter ons. We ruilen de wildernis voor Highway 101 langs de westkust. Een nieuw hoofdstuk. Maar eerst moeten we dwars door het Olympic National Park en hiervoor hebben we een uitgekiend plan.
Next photo
Previous photo

Of tenminste dat dachten we toen we voor de 101ste keer onze loopschoenen vastsnoerden. Weking en ik zouden op één dag dwars door het park rennen, een single track van om en bij de 100 kilometer met twee te overwinnen bergpassen. Samen met de parkbeheerders tekenden we een route uit. Helaas één van de zwaarste routes omwille van bosbranden. Maar we voelen ons onoverwinnelijk. We leven nog in een roes na Vancouver.

Het blauwe uur is aangebroken. De dag probeert de nacht te verdringen. We zitten aan het ontbijt, bekijken nauwgezet het grondplan van het park en maken ons stilaan klaar voor een potje traillopen door een stukje ongerepte schoonheid. We beginnen met één langgerekte downhill. We donderen in sneltreintempo de berg af richting Gray Wolf pass. De benen voelen nog steeds goed aan na 100 marathons. Weking gaat op kop, ik volg kort in zijn spoor. Het voelt goed om na de drukte van Vancouver terug aan de bak te moeten. We leefden enkele dagen in een rush die ons van het ene onvergetelijke moment naar het andere katapulteerde en zonder het maar al te goed beseffen zaten we op de ferry richting de Verenigde Staten.

Onbeweeglijke mastodonten

Na 20 kilometer beginnen we aan de klim richting Gray Wolf Pass, een brute bergpas die ons middenin het park leidt. Daarna zitten we tussen de stille reuzen van het regenwoud. Mastodonten die onbeweeglijk toekijken hoe we steeds meer vermoeid geraken. De mot zit er in. Onze benen beginnen stilaan zwaarder te wegen dan ons gemoed. We zien af en halen nog amper snelheid die ons op tijd naar de campers moet brengen. We zijn twee stervende zwanen en chasse patate en dat voorspelt niet veel goeds.

“Hoeveel hikers zullen we passeren”, vraagt Weking terwijl we onder de zoveelste omgevallen boom kruipen. “Geen enkele”, antwoord ik terwijl hij denkt twee lotgenoten te kruisen. Niet veel later zien we twee zwaar beladen hikers voor ons uitlopen. “Komen jullie van Gray Wolf pass”, vraagt één van hen verbaasd. “En jullie willen vandaag nog aan de andere kant van het park geraken? Jullie zijn gek!” We zitten diep in het regenwoud. Het pad waarover we lopen wordt steeds smaller, het zicht is beperkt en de begroeiing maakt onze voeten doornat. Stilaan beginnen we te beseffen dat het nog een zeer lange en pijnlijke dag gaat worden. We worden moe terwijl de klok genadeloos verder tikt. Het begint te schemeren en we moeten nog een hele weg afleggen.

Muizenissen

Er wordt nog amper gepraat. Mijn gedachten maken bokkensprongen in de dreigende stilte. Waarom lopen we hier? Waarom riskeren we ons leven? Twijfels sluipen in mijn hoofd. Kunnen we een uitdaging als Via PanAm twee jaar volhouden? Was deze expeditie al bij voorbaat verloren en hadden we dat moeten weten? Ik word gek van mezelf. Een pijnlijke val haalt me in één ruk uit de negatieve spiraal. De muizenissen in mijn hoofd verdwijnen even snel uit mijn hoofd dan dat ze er inslopen.

Wij ruiken al een tijdje bonen of iets dat er voor moet doorgaan. In de verte zien we een tent en drie mannen rond een klein kookvuurtje. “Kom erbij”, roepen ze van ver terwijl één van hen in de pot met bonen en rijst roert. “Neen, we moeten vandaag nog uit het park zijn”, antwoorden we in koor. “Vandaag nog”, kijken ze verbaasd. “Weten jullie hoe ver het nog is? En het wordt dadelijk donker.” Eén van hen neemt zijn smartphone en maakt een video van ons. Volgens hem worden we beroemd. Twee ultralopers die een tocht van ongeveer drie dagen in één trek voor hun rekening nemen. “Wees voorzichtig”, roepen ze ons nog na.

Als hier de avond valt, is het meteen nacht. Stikdonker. Je ziet geen hand voor je ogen. We kunnen nauwelijks nog snelheid maken. Het is te gevaarlijk om een blessure op te lopen. We zijn al ruim 16 uur onderweg. “Stop eens. Zie jij dat ook”, vraag ik. “Die twee ogen daar.” We schijnen met onze hoofdlampjes dezelfde richting uit. Twee katachtige ogen lichten op, sluiten weer om daarna enkele meters verder terug op te lichten. “We moeten voortmaken”, maant Weking me aan. “Het is hoog tijd.” Na bijna 20 uur doorstappen bereiken we doodop onze campers. Liesbeth en An vliegen in onze armen. “Dit gaan we niet meer doen”, zucht Liesbeth opgelucht.




Het goede doel To Walk Again
0
1
9
0
3
0
Ik wil steunen
Let's connect Via PanAm Facebook Via PanAm Instagram Via PanAm Youtube Via PanAm Strava
We zitten momenteel in:
Ushuaia, AR (0 KM)