Blijf op de hoogte

Registreer je op de Via PanAm nieuwsbrief

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en mis niets van ons avontuur.
Uitgeknepen citroenen op de Ruta 40

Uitgeknepen citroenen op de Ruta 40

Gepost in Dagboek op 15-01-2018 Reacties Sharing is caring
Je bent nooit alleen onderweg. In Cachi ontmoeten we Luís. Met amper zes maanden is hij de jongste avonturier die tot hiertoe ons pad kruiste langsheen de Panamericana. Hij is verwekt ergens in Centraal-Azië en geboren in Lima. Nu bungelt hij vrolijk in een karretje achteraan de fiets of op de rug van zijn Franse ouders. Ze reizen dwars door Argentinië richting het oosten van Brazilië waar zijn eerste avontuur voorlopig zal eindigen. Fietsers zijn hard. Ze zwalpen zwaarbepakt over eindeloze wegen, leven in veel te kleine tentjes en worden van tijd tot tijd achtervolgd door hun eigen lichaamsgeur. Heel soms ontmoet je een voltallig gezin waarvan de kinderen vrolijk meetrappen richting het einde van de wereld. Dat is pas echt ballen hebben.
Next photo
Previous photo

In de verte bungelen twee witte beentjes uit een draagdoek. Het is Luís die op de rug van zijn mama over de ruta 40 dokkert. Simon, zijn vader, rijdt ietwat voor hen uit samen met een ander Frans echtpaar en hun twee jonge kinderen die we eerder in Abra Pampa ontmoetten. Ze vormen een klein pelotonnetje enkele honderden meters voor me - een ideaal mikpunt om in één ruk naartoe te lopen. Aan onze camper ietwat verderop houden ze halte voor een praatje. Keer op keer staan we versteld hoe fietsers in de meest primitieve omstandigheden overleven. Maar onderweg kan alles. Met een beetje creativiteit zeul je zelfs een peuter mee. Naarmate we dichter bij onze eindmeet in Ushuaia komen groeit het respect voor deze moedige pedaalridders.

Geschuifel aan de grens

De laatste weken richting Argentinië waren hels. De hoogte en eindeloze ripio, met stenen en wasbordjes bezaaide zandwegen, knepen ons uit als een citroen. Op wankele benen strompelen we de Argentijnse grens over. Nog 5.121 kilometer tot Ushuaia staat er in grote witte letters op een groen verkeersbord. Eigenlijk zouden we een vreugdedansje moeten maken, maar we zijn niet tot meer in staat dan wat geschuifel. We zitten al een tijdje op ons tandvlees en het wordt steeds moeilijker om elke dag een marathon te lopen. Bolivië heeft alle energie uit ons lichaam gezogen. We moeten nog maar eens op zoek naar nieuwe krachten - een allerlaatste keer onze fysieke grenzen verleggen.

In Argentinië zet de Boliviaanse hoogvlakte zich nog een tijdje door. Het dorre landschap schuift stilletjes voorbij onder het ritmisch gestamp van onze voeten. De rechte weg waarop we lopen is eindeloos lang en staat loodrecht op de horizon. Links en rechts uitgestrekte weilanden, enkele lama’s en af en toe een kleine boerderij. In de verte lost de weg op in de ruwe flanken van de Andes en net iets verder ligt de Abra del Acay, een laatste horde van net geen 5.000 meter die we moeten nemen vooraleer we de afdaling richting Patagonië kunnen inzetten. De zandweg er naartoe is niet meer dan een uitgesleten karrenspoor dat oplost in een kleurenpalet van oranje, groen en grijs. Immense bergtoppen van het Andesgebergte schieten uit de grond. Ook vanop 3.500 meter zijn de ruwe bergkammen indrukwekkend. Het is alsof het land hier ooit bij haar nekvel werd gegrepen, hard werd samengeknepen en nooit meer is terug geplooid tot de vorm die het ooit had. Je ziet perfect waar de vingers de bergen hebben gevormd.

Binnen enkele dagen klimmen we de Abra del Acay over. Vanuit San Antonio de los Cobres, een stoffig mijnstadje, zien we hoe het wolkenpak boven de bergpas dikker wordt. Hier en daar gutst er regen uit de gitzwarte wolken. Hopelijk blijven we hiervan gespaard tijdens onze oversteek. Regen zou onze klim quasi onmogelijk maken. Dan krijgen we onze campers nooit over de zandweg en haar eindeloze haarspeldbochten. We eten een vegetarische lasagne en een stukje doorbakken lama in het enige hotel van de stad. Melkwitte toeristen in afritsbroeken rijden af en aan - een verplichte tussenstop richting de wijnstokken van Cafayate en gekleurde rotsen van Purmamarca. De ober laat ons geen ogenblik met rust. Hij is onder de indruk van ons avontuur en rijdende huisjes. “Jefe, morgen een rustdag en dan de bergpas over”, vraagt hij voor de zoveelste keer. “Wat een te gekke uitdaging… Ik ga jullie volgen tot in Ushuaia. Locos Belgas!”

Een laatste keer doorduwen

Haarspeldbochten zijn een uitdaging voor een loper. Niet om ze te volgen, maar om ze zoveel mogelijk af te snijden door gewoon rechtdoor te lopen waar de bocht wordt ingezet. Weking bedwong de eerste bergpas tussen Chili en Bolivië. Nu ben ik aan de beurt. Na het beulwerk op de Boliviaanse hoogvlakte de laatste weken voel ik me verrassend fris en heb ik veel zin om wat vuurwerk uit mijn benen te schudden. Ik probeer zo snel mogelijk te klimmen, bochten af te snijden en in een verticale lijn richting de top te sluipen. Weking dirigeert me omhoog. “Neem hier het ezelspaadje dan heb je een duidelijk zicht op de top.” De weersomstandigheden zijn ideaal. Geen wolkje te bespeuren. Het klimmen gaat beter dan verwacht. Na twee uur duw ik nog een laatste keer door en ben ik boven. De campers wiegen in de striemende wind. We eten snel een portie noedels, drinken enkele koffies en schieten een paar beelden aan het bord van de bergpas vooraleer we de afdaling inzetten.

Nu is het alleen nog maar dalen. Alle zware bergpassen zijn voorgoed achter de rug. Dat schept moed. Ik snoer mijn loopschoenen vast en duik als een havik de diepte in. Tijdens de afdaling kies ik voor dezelfde tactiek als bij de beklimming - gewoon rechtdoor. Op handen en voeten glij ik in één rechte lijn de bergflanken af. “Je gaat hier toch niet afdalen”, vraagt An terwijl ze in de diepte wijst. “Toch wel, deze shortcut kan ik niet laten liggen.” Op het einde van de dag hebben we 10 kilometer afgesneden. Op onze camper mag dan wel No Shortcuts staan, deze binnenwegen zijn te mooi om te laten liggen.

We parkeren onze campers aan een klein riviertje en koelen af met een glaasje goedkope Torrontés. De wijn is nog net niet bedorven. Hij heeft te lang in onze ijskast gestaan. Ondertussen zijn we niet meer zo kieskeurig. Alles is goed om een nieuwe overwinning te vieren. Met onze voeten in het ijskoude water sluiten we een van de zwaarste periodes uit ons avontuur af. Het wordt tijd dat onze tengere lijven opnieuw op kracht komen.

Dansend asfalt

Het landschap spert zich opnieuw weid open. Het eindeloze asfalt van de ruta 40 danst in de hitte. Het is doodstil. We zijn ver weg van luidruchtige steden en dorpen. Het gezoem van een sluipwesp rondom mijn hoofd klinkt oorverdovend. Hoe hard ik ook probeer ik kan me geen moment als het deze in België herinneren. Er is altijd wel wat gejengel in de verte. Altijd wel iemand die om god weet welke reden aanwezig moet zijn. Na anderhalf jaar in deze stilte realiseren we hoe vrij en onbegrensd we leven. Absolute vrijheid zonder al te veel regels. Samen met alle fysieke grenzen gommen we de laatste mentale barrières uit.

Maar naarmate de kilometers richting Ushuaia afnemen duiken er spoken uit het verleden op. Spoken waarmee we onderweg tevergeefs probeerden af te rekenen. Nu het einde van ons avontuur in zicht is slaan ze keihard toe en het maakt het leven met z’n vieren soms moeilijk. We zijn 24 op 7 samen en dat weegt af en toe stevig door op onze gemoedstoestand. De Pan American highway heeft ons veel over ons zelf geleerd maar helaas nog niet hoe we zulke moeilijke situaties snel kunnen ontmijnen. We zijn nog steeds dezelfde communicatieve miskleunen als voorheen. Sommige dingen veranderen gewoonweg niet. Na wat over en weer geroep besluiten we in de toekomst sneller onze harten te luchten. Of we dat dan ook effectief zullen doen valt nog te bekijken. Richting Patagonië proberen we opnieuw zuurstof in onze relatie te pompen.




Het goede doel To Walk Again
0
1
9
0
3
0
Ik wil steunen
Let's connect Via PanAm Facebook Via PanAm Instagram Via PanAm Youtube Via PanAm Strava
We zitten momenteel in:
Ushuaia, AR (0 KM)